HOOFDSTUK 5. Cardioversie

5.1 Algemeen

Het risico op trombo-embolische complicaties bij cardioversie blijkt bij gebruik van dabigatran hetzelfde als bij gebruik van warfarine. Observationele gegevens over cardioversie onder dabigatran komen uit de RE-LY-studie. In deze studie werden 1983 cardioversies verricht bij 1.270 patiënten behandeld met respectievelijk 110 mg dabigatran 2 dd (n = 647), 150 mg dabigatran 2 dd (n = 672) en warfarine (n = 664).39 Een beroerte of systemische embolie kwam voor bij 0,8, 0,3 en 0,6% (niet significant verschillend) in de respectievelijke groepen. Ernstige bloedingen traden op bij 1,7, 0,6 en 0,6% (niet significant verschillend).

Transoesofageale echocardiografie (TEE) werd verricht bij 25,5, 24,1 en 13,3% van de patiënten die een cardioversie ondergingen. TEE toonde een trombus in de linkerboezem aan bij respectievelijk 1,8, 1,2 en 1,1% (niet significant verschillend). In deze groep kwamen trombo-embolische complicaties voor bij respectievelijk 0,6, 0 en 1,1% (niet significant verschillend). Uit deze gegevens blijkt dat cardioversie – zowel chemische als elektrische – veilig is bij patiënten ingesteld op dabigatran. Er bestaat wel de suggestie dat de lagere dosering (110 mg) minder veilig is dan de hogere dosering (150 mg), gezien het hogere percentage beroerte en systemische embolie in de 110 mg 2 dd-groep (0,8%) in vergelijking met de 150 mg 2 dd-groep (0,3%). Dit verschil was echter niet significant.

Ten aanzien van het specifieke antistollingsbeleid bij cardioversie wordt aanbevolen de richtlijn boezemfibrilleren van de European Society of Cardiology (ESC) te volgen.40 In de richtlijn wordt onderscheid gemaakt tussen patiënten met boezemfibrilleren (AF) korter of langer durend dan 48 uur. Bij de laatste groep patiënten wordt ongeacht de CHA2DS2-VASc-score adequate orale antistolling geadviseerd gedurende minimaal 3 weken voorafgaand aan en 4 weken na de cardioversie.

5.2 Beleid

1.      Cardioversie bij de patiënt die al langer dan 3 weken een NOAC gebruikt.

2.      Cardioversie bij de patiënt die geen antistolling gebruikt en ≤ 48 uur AF heeft.

3.      Cardioversie bij de patiënt die geen antistolling gebruikt en > 48 uur AF heeft.

Ad 1: Informeer of de patiënt gedurende ten minste de 3 weken voorafgaand aan de cardioversie dabigatran volgens voorschrift heeft gebruikt en leg het antwoord van de patiënt vast. Als dabigatran volgens voorschrift is gebruikt, kan tot cardioversie worden overgegaan. Bij twijfel over juist gebruik moet eerst een TEE worden verricht of cardioversie worden uitgesteld.

Ad 2: Er zijn onvoldoende data over het vervangen van laagmoleculairgewichtheparine/ ongefractioneerde heparine door een NOAC bij patiënten die geen antistolling gebruikten en ≤ 48 uur AF hebben en cardioversie moeten ondergaan. Voor deze patiënten wordt aanbevolen de lokaal afgesproken strategie te volgen, al dan niet aangevuld met TEE.

Ad 3: Bij niet ontstolde patiënten die > 48 uur AF hebben kan een NOAC worden gestart en na 3 weken cardioversie worden verricht (zie ad 1). Als niet zo lang kan worden gewacht, kan een NOAC worden gestart en, indien bij TEE geen atriale trombi worden gezien, ≥ 4 uur later cardioversie worden verricht.

Bij een verhoogd trombo-embolisch risico of bij twijfel over medicatie adherence moet bij individuele patiënten een TEE worden overwogen.

Cave
De standaardcontrole van de mate van antistolling d.m.v. International Normalized Ratio (INR) is niet bruikbaar bij gebruik van dabigatran. Zie ook hoofdstuk 3, Labdetectie.

5.2.1 Op de dag van cardioversie

Zoeken  
vorige hoofdstuk   |   volgende hoofdstuk