HOOFDSTUK 13. Bijzondere situaties

13.1 Algemeen

De volgende bijzondere situaties worden onderscheiden:

13.2 Dabigatran door de sonde

Dabigatran etexilaat wordt na orale toediening snel en volledig omgezet in dabigatran, de actieve vorm. De orale beschikbaarheid van dabigatran is ongeveer 6,5%. De Cmax wordt bereikt tussen 0,5 tot 2 uur na inname. De postoperatieve absorptie verloopt veel trager, waardoor de Cmax pas na 6 uur wordt bereikt. De biologische beschikbaarheid van dabigatran etexilaat wordt niet beïnvloed door voedsel, maar de Cmax wordt 2 uur later bereikt.

Openen van de capsule en inname van de losse pellets kan leiden tot een 75% hogere orale biologische beschikbaarheid van dabigatran. Dit verhoogt de kans op bloedingen. De capsules moeten daarom niet worden geopend, maar in zijn geheel worden ingenomen.

13.3 Zwangerschap en lactatie

13.3.1 Zwangerschap

Er is slechts beperkte ervaring met dabigatran tijdens de zwangerschap. Hoge doseringen dabigatran leiden in dierexperimenten tot een verminderde innesteling, een toename van de foetale sterfte, een afname van het foetale lichaamsgewicht en een toename van het aantal aangeboren afwijkingen. In het algemeen gaven de toegediende doses een tot tienmaal hogere plasmaspiegel dan wordt gezien bij patiënten. In levenslange toxicologische dierstudies is geen bewijs gevonden voor een tumorigene potentie van dabigatran bij doses tot maximaal 200 mg/kg.

In een ex-vivolaboratoriummodel is aangetoond dat zowel dabigatran als dabigatran etexilaat de placenta passeren en de foetus bereiken. Om die reden wordt vooralsnog het gebruik van dabigatran bij zwangere vrouwen ontraden.75

13.3.2 Lactatie

Er zijn geen gegevens beschikbaar over het effect van dabigatran op zuigelingen die borstvoeding krijgen.1

13.4 Treatment failure

Indien een patiënt tijdens de behandeling met dabigatran voor een diepe veneuze trombose (DVT) of longembolie een recidief DVT of long embolie ontwikkelt, moet dabigatran worden gestaakt en de patiënt worden overgezet op therapeutisch laagmoleculairgewichtheparine (LMWH) en een vitamine K-antagonist (VKA) met een streefwaarde voor de International Normalized Ratio (INR) tussen 2,0 en 3,0.

13.5 Geïmmobiliseerde patiënten en patiënten met kanker

In een post-hocanalyse van de RE-COVER- en RE-COVER II-studies is speciaal gekeken naar de effectiviteit en veiligheid van dabigatran en warfarine bij patiënten met een veneuze trombo-embolie (VTE) en kanker. Er bleek geen verschil in effectiviteit en veiligheid aantoonbaar tussen beide middelen. Een vergelijking tussen dabigatran en LMWH’s is nog niet beschikbaar.76 Dit leidt mede tot de volgende adviezen:

13.6 Endovasculaire behandeling

In principe wordt geen endovasculaire behandeling uitgevoerd bij patiënten die dabigatran gebruiken. Wanneer een patiënt aangeeft in de laatste 24-48 uur geen dabigatran te hebben genomen en de geactiveerde partiële tromboplastinetijd (aPTT) normaal is, kan endovasculaire behandeling echter worden overwogen. Zie voor beleid ook paragraaf 7.2.
Zoeken  
vorige hoofdstuk   |   volgende hoofdstuk